IND dient authentieke documenten van ambassades serieus te nemen

Zoals wij reeds eerder berichtten worden door ambassades afgegeven identificatiedocumenten zoals bijvoorbeeld nationaliteitsverklaringen vaak door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) terzijde geschoven. Als argument wordt hierbij gegeven dat er geen inzage is in de manier waarop de ambassade de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling heeft vastgesteld.
De IND beschouwt zichzelf dus als de hoogste autoriteit als het gaat om de wijze waarop de vaststelling van identiteit van buitenlandse burgers plaatsvindt. Zelfs als dit gebeurt door de vertegenwoordiging van soevereine staten, de ambassades van verschillende landen van herkomst in Nederland, stelt de IND nogal eens dat de ambassade geen nationaliteitsverklaring of paspoort had mogen afgeven.
INLIA heeft deze zeer opmerkelijke gang van zaken al enige tijd geleden voorgelegd aan professor mr. G.R. de Groot, (inmiddels emeritus-) hoogleraar Rechtsvergelijking en Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit van Maastricht, en erkend internationaal expert op het gebied van nationaliteitsrecht. Prof. De Groot bevestigde de vermoedens van INLIA dat deze gang van zaken niet in overeenstemming is met het volkenrechtelijke beginsel dat soevereine landen zelf gaan over de vaststelling van wie al dan niet hun onderdanen zijn (zie het gespreksverslag).
Verschillende rechtbanken doen hierover echter nog al eens tegenstrijdige uitspraken. Zo stelde de Rechtbank Arnhem nog in een uitspraak van 11 september 2017 dat, nu niet duidelijk was op grond waarvan de Burundese ambassade een paspoort had verstrekt, er daarom geen waarde aan toe hoefde te worden gekend.
De Rechtbanken Haarlem en Amsterdam onderschrijven echter wel het volkenrechtelijke principe dat een ambassade van een soeverein land zelf gaat over de vaststelling van wie haar burgers zijn. Zo oordeelde de Rechtbank Amsterdam op 25 januari 2018 dan ook expliciet dat het de IND “niet vrij staat om geen waarde te hechten aan [een] door Bureau Documenten authentiek bevonden nationaliteitsverklaring en geboorteakte.” In dit geval ging het om een nationaliteitsverklaring en geboorteakte van de Somalische ambassade in Brussel, waaraan de IND weigerde waarde toe te kennen omdat niet gebleken was dat het ambassadepersoneel de verklaringen van de asielzoeker op enige wijze had geverifieerd. De rechtbank stelde echter letterlijk: “het is de bevoegdheid van deze autoriteiten van Somalië om eiseres te erkennen als onderdaan”.
Daarmee volgde de Rechtbank Amsterdam de lijn van Rechtbank Haarlem die op 5 september 2017 had uitgesproken: “het staat verweerder niet vrij geen waarde te hechten aan een door de vreemdeling (…) overgelegde nationaliteitsverklaring, waarvan de authenticiteit door het door hem ingeschakelde Bureau Documenten is vastgesteld (…).”
De uitspraken van de Rechtbanken Haarlem en Amsterdam betekenen dat de IND documenten die door ambassades zijn afgegeven serieus moet nemen en consequenties dient te trekken uit de inhoud hiervan.